Al van eind november geleden dat ik hier nog iets liet horen.
Er is wel een en ander gebeurd ondertussen. Het boek 'Liefde voor het werk...' gaat zijn weg (vorige week meer dan 900 exmplaren weg) en doet stilaan zijn werk. Ik gaf er een conferentie over voor Christen Forum Hasselt. 600 luisteraars. Niet alleen zorgverleners, ook bijvoorbeeld kleuterleidsters die zich konden herkennen in het managementverhaal. In Parijs gaf ik een atelier van twee zaterdagen over 'Fatigues du malade, fatigues du soignant' voor mensen uit de gezondheidszorg. Veel herkenning, maar ook putten de deelnemers dankbaar uit de concrete tips. Ondertussen vroeg mijn algemeen directeur vijf exemplaren om het boek samen met collega)-directeurs van grote ziekenhuizen te lezen. Een opsteker vond ik dat, en ook het bewijs dat mijn algemene directeur echt openstaat voor de bezorgdheden die ik probeer te vertolken.
Liefde voor het werk komt voor verschillende publieken aan bod: 25 januari: Christen Forum Hasselt; 25 februari: voor de KU Leuven in het kader van de Universitaire Bezinningen; 25 maart: lezing op de jaarlijkse Congresweek van het NVKVV (vlaamse verpleegkundigen en vroedvrouwen); 15 september: lezing op het congres voor de Geestelijke Gezondheidszorg. Daarmee komen zowel ziekenhuis, onderwijs, als psychiatrische wereld aan bod.
2010 oogt een beetje internationaal voor mij. Op 18 februari vlieg ik naar Beyrouth om aan de Université Saint Joseph met een Franse zuster en een Libanese psychiater een tweedaagse sessie te geven over 'Palliatieve zorg en begeleiding' (in het Frans), aan de jezuïetenuniversiteit aldaar. Het kondigt zich aan als een avontuur. Dat zal het niet minder zijn als uiteindelijk de trip naar Oekraïne in april toch doorgaat (om palliatieve zorg te promoten), tenminste als het politiek regime dat nog zal toelaten na de verkiezing van een andersgezinde president. Wat wel vrij zeker lijkt is een trip naar Québec om in oktober over euthanasie en spirituele noden te spreken voor geeestelijke begeleiders, vanuit de Belgische ervaring. Wij zijn immers 'wereldspecialisten'. Ik heb altijd eens willen terugkeren naar Québec sinds een congres in Montréal en nu valt deze uitnodiging voor mij uit de hemel. Het doet dubbel deugd als je het zelf niet forceert maar kunt ontvangen. Daarover later allicht meer.
maandag 1 februari 2010
maandag 23 november 2009
Onverwacht verlof
Vorige donderdagavond vond ik het email-bericht dat een reis voor deze week naar Oekraïne niet doorging. We zouden daar met enkele andere Vlaamse mensen uit de palliatieve zorg uitleggen hoe we het hier doen in de hoop daar palliatieve zorg te kunnen bevorderen. Dit op vraag van een erg ondernemende mevrouw uit Edegem en na bezoek van een oekraïense delegatie enkele maanden geleden. De griepepidemie die bijna het Junior Eurosong festival deed annuleren stak er evenwel een stokje voor. Zaak uitgesteld tot volgende lente. Hopelijk lukt het dan.
Zo had ik plots een week vrij. Mijn eerste - westvlaamse - reflex was: nu kan ik gewoon werken en een aantal zaken bijwerken in het ziekenhuis. Vervolgens stelde ik in bed vast dat mijn hart onregelmatig sloeg - ik let daar overigens anders nooit op - en 'raar deed'. Een boodschap van het lichaam: vakantie is een beter idee. Aldus besloten.
Op vrijdag voelde ik me fysisch doodmoe en sleepte ik me door het werk in het ziekenhuis terwijl ik me tegelijkertijd opgelucht voelde met het vooruitzicht van een week vrij. Maar op zaterdag moest ik nog een studiedag over ziekenhuismanagement aanzwengelen. Het was alsof mijn lichaam zich al 'verheugde' op vrijaf en het energie- en adrenalineniveau al lekker gedaald was.
Ik heb de zaterdag toch net gehaald, en 'Ziekenhuismanagement: de overdrijving nabij?' was qua opkomst (170), inhoud en boekenverkoop (meer dan 100 "exemplaren van mijn 'Liefde voor het werk in tijden van management') een succes. Ik denk dat het een bemoedigende dag was, met vele rijke inzichten. Een van mijn grote bekommernissen - de verpleegkundigen - kwam er uit als een van de belangrijke verbeterpunten, met name de erkenning dat het aantal verpleegkundigen per 30 bedden in België werkelijk drastisch omhoog moet (België: 13vp/30bedden; Nederland: 25 vp/30 bedden!!), en dat de registratie van de zogezegd 'minimale' verpleegkundige gegevens een absurditeit is geworden die onze beste verpleegkundigen van het ziekenbed weghoudt.
Aan die verbeterweg moeten we verder hard timmeren...... na mijn verlof.
Zo had ik plots een week vrij. Mijn eerste - westvlaamse - reflex was: nu kan ik gewoon werken en een aantal zaken bijwerken in het ziekenhuis. Vervolgens stelde ik in bed vast dat mijn hart onregelmatig sloeg - ik let daar overigens anders nooit op - en 'raar deed'. Een boodschap van het lichaam: vakantie is een beter idee. Aldus besloten.
Op vrijdag voelde ik me fysisch doodmoe en sleepte ik me door het werk in het ziekenhuis terwijl ik me tegelijkertijd opgelucht voelde met het vooruitzicht van een week vrij. Maar op zaterdag moest ik nog een studiedag over ziekenhuismanagement aanzwengelen. Het was alsof mijn lichaam zich al 'verheugde' op vrijaf en het energie- en adrenalineniveau al lekker gedaald was.
Ik heb de zaterdag toch net gehaald, en 'Ziekenhuismanagement: de overdrijving nabij?' was qua opkomst (170), inhoud en boekenverkoop (meer dan 100 "exemplaren van mijn 'Liefde voor het werk in tijden van management') een succes. Ik denk dat het een bemoedigende dag was, met vele rijke inzichten. Een van mijn grote bekommernissen - de verpleegkundigen - kwam er uit als een van de belangrijke verbeterpunten, met name de erkenning dat het aantal verpleegkundigen per 30 bedden in België werkelijk drastisch omhoog moet (België: 13vp/30bedden; Nederland: 25 vp/30 bedden!!), en dat de registratie van de zogezegd 'minimale' verpleegkundige gegevens een absurditeit is geworden die onze beste verpleegkundigen van het ziekenbed weghoudt.
Aan die verbeterweg moeten we verder hard timmeren...... na mijn verlof.
zondag 25 oktober 2009
Twee maanden en twee beelden later
Niet te geloven dat het alweer twee maanden geleden is dat ik deze blog aanvulde. Het zijn drukke weken geweest, en dat blijft even zo. Het boek en het UCSIA-symposium (21 november, campus Drie Eiken Antwerpen) omtrent de effecten van ziekenhuismanagement, veel lezingen, nieuwe mensen in het palliatief team enzomeer. Eerder dan mijn activiteiten te delen, wil ik twee beelden met u delen die mij aangesproken hebben in de voorbije tijd.
Meerdere weekends geleden zag ik een aflevering van de Britse serie Wallander (die zich in Skandinavië afspeelt). Wallander is een detetective die verschrikkelijke moorden moet ophelderen. Op het einde van die aflevering ontmoet de hoofdfiguur zijn vader, een kunstschilder. Vader en zoon hebben een lastige relatie en Wallander heeft dat moment steeds voor zich uitgeschoven. Wallander komt in het atelier van zijn vader die aan het schilderen is en aanvankelijk niet reageert. Wallander gaat zitten en breekt dan uit in een hartstochtelijk wenen. Hij kan zijn job niet meer aan, snikt hij. De vader stopt met schilderen, draait zich naar zijn zoon , en vertelt: 'Toen je een kind was, vroeg je mij: waarom schilder je altijd hetzelfde, altijd bomen? Wel, elke ochtend denk ik: nu ga ik iets anders schilderen: een zeezicht, een open landschap, een portret... En ik begin, maar telkens komt ik uit bij bomen. Ik kan niet anders.' Wallander glimlacht.
Dat vond ik een erg troostend filmfragment. Op 16 september was het 25 jaar geleden dat ik bij de jezuïeten intrad. Voordien, maar ook nadien, heb ik zo vaak iets anders willen doen en vooral zijn, maar altijd weer ben ik bij deze toch wel vreemde vorm van leven die de mijne is - religieus leven - uitgekomen.
Het ander beeld dat de laatste tijd veel in me leeft is het oog van de storm. Ik voel me midden zoveel activiteiten als in het oog van een storm. Het is daar rustig, het is kwestie van mij niet door de storm te laten vatten. Ik evolueer mee in het oog van de storm, momenteel.
Meerdere weekends geleden zag ik een aflevering van de Britse serie Wallander (die zich in Skandinavië afspeelt). Wallander is een detetective die verschrikkelijke moorden moet ophelderen. Op het einde van die aflevering ontmoet de hoofdfiguur zijn vader, een kunstschilder. Vader en zoon hebben een lastige relatie en Wallander heeft dat moment steeds voor zich uitgeschoven. Wallander komt in het atelier van zijn vader die aan het schilderen is en aanvankelijk niet reageert. Wallander gaat zitten en breekt dan uit in een hartstochtelijk wenen. Hij kan zijn job niet meer aan, snikt hij. De vader stopt met schilderen, draait zich naar zijn zoon , en vertelt: 'Toen je een kind was, vroeg je mij: waarom schilder je altijd hetzelfde, altijd bomen? Wel, elke ochtend denk ik: nu ga ik iets anders schilderen: een zeezicht, een open landschap, een portret... En ik begin, maar telkens komt ik uit bij bomen. Ik kan niet anders.' Wallander glimlacht.
Dat vond ik een erg troostend filmfragment. Op 16 september was het 25 jaar geleden dat ik bij de jezuïeten intrad. Voordien, maar ook nadien, heb ik zo vaak iets anders willen doen en vooral zijn, maar altijd weer ben ik bij deze toch wel vreemde vorm van leven die de mijne is - religieus leven - uitgekomen.
Het ander beeld dat de laatste tijd veel in me leeft is het oog van de storm. Ik voel me midden zoveel activiteiten als in het oog van een storm. Het is daar rustig, het is kwestie van mij niet door de storm te laten vatten. Ik evolueer mee in het oog van de storm, momenteel.
zondag 23 augustus 2009
Verlof
We gaan naar eind augustus. De grote verlofperiode gaat naar zijn einde. Wat heet verlof? Ooit las ik: verlof is iets anders doen. Dat klopt nogal voor mij. Ik heb drie weken niet gewerkt in het ziekenhuis. Tijdens die drie weken heb ik essentieel twee dingen gedaan.
Ik heb vijf personen begeleid gedurende acht dagen volgens de methode van de Geestelijke Oefeningen. Ik doe dat ieder jaar, en voor mezelf is het ook altijd een spirituele kuur. Ik vind het erg boeiend om mensen op weg te zetten, hen dagelijks te horen vertellen wat er gebeurt in de meditaties en daarbuiten, en te merken hoe de Geest op steeds andere manieren werkt en leven opwekt in mensen. Dagelijks fluit spelen in de liturgie en de ontmoetingen met de andere begeleiders zijn ook verfrissende aspecten van zo'n tijd.
De andere dagen van mijn verlof waren gevuld met het afwerken van een nieuw boek: 'Liefde voor het werk in tijden van management'. Het is de vrucht van een proces dat in feite exact een jaar geleden in augustus 2008 startte met het schrijven van een brief aan mijn ziekenhuismanagement. Toen had ik nog niet het idee van een boek, dat is pas gekomen nadat ik in november de brief gemaild had naar het ziekenhuismanagement en nadat ik veel reacties had gekregen. Ik ben tevreden over het resultaat, maar het heeft me nogal wat hoofdbrekens gekost. Een ziekenhuis is zowat het meest complexe 'bedrijf' dat je je kunt voorstellen, en dat zal ik geweten hebben. Ook is het een kritisch boek, maar tegelijk wilde ik ook recht doen aan 'de tegenstrever' - het managementdenken zoals dat vanuit de harde sector naar ziekenzorg en onderwijs is overgeplant. Ik hoop dat mensen er zich zullen in herkennen en er moed en hoop uit putten. In november komt het in principe uit, en op 21 november organiseer ik met UCSIA een symposium rond het thema. Alle geïnteresseerden daarheen!
O ja, ik beschik over een nieuwe wagen - eco-diesel.
Ik heb vijf personen begeleid gedurende acht dagen volgens de methode van de Geestelijke Oefeningen. Ik doe dat ieder jaar, en voor mezelf is het ook altijd een spirituele kuur. Ik vind het erg boeiend om mensen op weg te zetten, hen dagelijks te horen vertellen wat er gebeurt in de meditaties en daarbuiten, en te merken hoe de Geest op steeds andere manieren werkt en leven opwekt in mensen. Dagelijks fluit spelen in de liturgie en de ontmoetingen met de andere begeleiders zijn ook verfrissende aspecten van zo'n tijd.
De andere dagen van mijn verlof waren gevuld met het afwerken van een nieuw boek: 'Liefde voor het werk in tijden van management'. Het is de vrucht van een proces dat in feite exact een jaar geleden in augustus 2008 startte met het schrijven van een brief aan mijn ziekenhuismanagement. Toen had ik nog niet het idee van een boek, dat is pas gekomen nadat ik in november de brief gemaild had naar het ziekenhuismanagement en nadat ik veel reacties had gekregen. Ik ben tevreden over het resultaat, maar het heeft me nogal wat hoofdbrekens gekost. Een ziekenhuis is zowat het meest complexe 'bedrijf' dat je je kunt voorstellen, en dat zal ik geweten hebben. Ook is het een kritisch boek, maar tegelijk wilde ik ook recht doen aan 'de tegenstrever' - het managementdenken zoals dat vanuit de harde sector naar ziekenzorg en onderwijs is overgeplant. Ik hoop dat mensen er zich zullen in herkennen en er moed en hoop uit putten. In november komt het in principe uit, en op 21 november organiseer ik met UCSIA een symposium rond het thema. Alle geïnteresseerden daarheen!
O ja, ik beschik over een nieuwe wagen - eco-diesel.
woensdag 3 juni 2009
Terug van weggeweest
Pinksteren is voorbij, dus de hele paastijd. Heel die tijd heeft mijn blog gezwegen. Te veel van het goede. Heel die tijd heb ik wel als ik kon gewerkt aan een nieuw boek: 'Liefde voor het werk in tijden van management'. Tijdens het lange hemelvaartweekend op zwoegende wijze, tijdens het pinksterweekend op vlotte wijze, alsof de liturgie rechtstreeks doorwerkte in het concrete leven. Ik begin er een beetje licht in te zien. Moeilijke complexe materie omdat de kern van wat we in het 'gezondheidsbedrijf' doen zo complex en eigenlijk zo weinig controleerbaar is (gelukkig!): de toestandsverandering die bewerkt wordt in de zieke (en zijn omgeving). Als je 5000 Opel's produceert in Antwerpen (voorlopig) dan zullen die dezelfde zijn; als je 5000 patiënten hospitaliseert zal het toch 5000 keer net iets anders zijn. Manage dat maar eens.
zondag 29 maart 2009
Levensmoeheid en de verhouding van zee en strand
In de voorbije week was er weer heel wat te doen rond euthanasie, en wel bij 'levensmoeheid'. En of dit nu onder de euthanasiewet valt of niet, dit fenomeen lijkt helaas niet zeldzaam te zijn bij oudere mensen. Hier wil ik enkel twee zaken vermelden die mij opvielen.
Het merkwaardige was dat een media-figuur - collega Dr. Marc Cosyns - moest optreden om te .... de-mediatiseren, om de media weg te trekken van het gebeuren zodat met meer rust een beslissing kon voorbereid worden.
In verband met de interpretatie van de wet werd ik getroffen door een beeld dat werd gebruikt in een naar mijn aanvoelen sereen verhaal over een analoog euthanasieprobleem in De Standaard van 28 maart. 'Er moet een maatschappelijk principe zijn, van hoe we als groep met het levenseinde en met het lijden van oudere mensen omgaan. Maar dat kan nooit een strikt principe zijn. Het is zoals de zee en het strand: je kunt niet zeggen dat de zee altijd tot daar komt en nooit verder. Maar de zee is wel de zee en het land is wel het land. In de grensstrook raken maatschappelijke en individuele principes elkaar. Die strook moet er zijn, maar ze mag niet zo wijd worden dat er misbruik kan ontstaan.' Een beeld om te laten nawerken.
Het merkwaardige was dat een media-figuur - collega Dr. Marc Cosyns - moest optreden om te .... de-mediatiseren, om de media weg te trekken van het gebeuren zodat met meer rust een beslissing kon voorbereid worden.
In verband met de interpretatie van de wet werd ik getroffen door een beeld dat werd gebruikt in een naar mijn aanvoelen sereen verhaal over een analoog euthanasieprobleem in De Standaard van 28 maart. 'Er moet een maatschappelijk principe zijn, van hoe we als groep met het levenseinde en met het lijden van oudere mensen omgaan. Maar dat kan nooit een strikt principe zijn. Het is zoals de zee en het strand: je kunt niet zeggen dat de zee altijd tot daar komt en nooit verder. Maar de zee is wel de zee en het land is wel het land. In de grensstrook raken maatschappelijke en individuele principes elkaar. Die strook moet er zijn, maar ze mag niet zo wijd worden dat er misbruik kan ontstaan.' Een beeld om te laten nawerken.
vrijdag 13 maart 2009
Stelt God op de proef?
In deze vastentijd wil ik een nieuwe poging ondernemen om mijn blog wat te voeden.
‘Hierna gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde’. Zo begint het verhaal van Abraham en Isaak in het 22° hoofdstuk van het boek Genesis.
Stelt God op de proef ? Theologisch lijkt het voor ons moeilijk om zo’n godsbeeld te verdedigen of te construeren: een God die de mens beproeft en nadien troost. Zo zijn er veel opvattingen/constructies over God die we misschien al eeuwen meedragen vandaag ons niet meer aanspreken. We vallen terug op verhalen – ook dit moeilijk verhaal – en op onze levenservaring.
We kunnen het toch zo beleven – theologie of niet – dat het leven ons op de proef stelt. Misschien betekent ‘God stelde Abraham – aartsvader, archetype van de gelovige - op de proef’ zoiets als ‘het leven lijkt soms absurd, onbegrijpelijk en zwaar’. De absurditeit kan komen van het lijden (ziekte, ongeval) dat ons overkomt maar ook – en dit komt dichter bij het verhaal van Abraham – van iets in ons dat ons innerlijk drijft. We begrijpen het niet maar iets drijft ons tot het loslaten van iets, een beroep bijvoorbeeld, of van iemand die ons zeer dierbaar is. Bij dit laatste komen we voor de vraag in ons : moet ik nu echt opgeven wat mij eigenlijk het dierbaarst is – niet omdat iemand mij dat zegt, maar omdat iets in mij daartoe dwingt ?
Hoe is het mogelijk dat ik uit mezelf tot zo’n onmenselijke beproeving kom ? Bijvoorbeeld vanuit een luxe-situatie kiezen voor leven in armoede met anderen – kiezen om, zoals Etty Hillesum, mee te gaan naar Auschwitz terwijl je er eigenlijk kon aan ontsnappen ? Of religieus moeten/willen worden terwijl je toch droomt van meer sexy leefstijlen… Ik begrijp dat niet, maar die dingen bestaan. En dan lezen we dat verhaal van Abraham die voor die vraag komt te staan : iets dwingt hem zijn zoon op te offeren, zullen we het even noemen : radikaal loslaten ?
Wordt vervolgd.
‘Hierna gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde’. Zo begint het verhaal van Abraham en Isaak in het 22° hoofdstuk van het boek Genesis.
Stelt God op de proef ? Theologisch lijkt het voor ons moeilijk om zo’n godsbeeld te verdedigen of te construeren: een God die de mens beproeft en nadien troost. Zo zijn er veel opvattingen/constructies over God die we misschien al eeuwen meedragen vandaag ons niet meer aanspreken. We vallen terug op verhalen – ook dit moeilijk verhaal – en op onze levenservaring.
We kunnen het toch zo beleven – theologie of niet – dat het leven ons op de proef stelt. Misschien betekent ‘God stelde Abraham – aartsvader, archetype van de gelovige - op de proef’ zoiets als ‘het leven lijkt soms absurd, onbegrijpelijk en zwaar’. De absurditeit kan komen van het lijden (ziekte, ongeval) dat ons overkomt maar ook – en dit komt dichter bij het verhaal van Abraham – van iets in ons dat ons innerlijk drijft. We begrijpen het niet maar iets drijft ons tot het loslaten van iets, een beroep bijvoorbeeld, of van iemand die ons zeer dierbaar is. Bij dit laatste komen we voor de vraag in ons : moet ik nu echt opgeven wat mij eigenlijk het dierbaarst is – niet omdat iemand mij dat zegt, maar omdat iets in mij daartoe dwingt ?
Hoe is het mogelijk dat ik uit mezelf tot zo’n onmenselijke beproeving kom ? Bijvoorbeeld vanuit een luxe-situatie kiezen voor leven in armoede met anderen – kiezen om, zoals Etty Hillesum, mee te gaan naar Auschwitz terwijl je er eigenlijk kon aan ontsnappen ? Of religieus moeten/willen worden terwijl je toch droomt van meer sexy leefstijlen… Ik begrijp dat niet, maar die dingen bestaan. En dan lezen we dat verhaal van Abraham die voor die vraag komt te staan : iets dwingt hem zijn zoon op te offeren, zullen we het even noemen : radikaal loslaten ?
Wordt vervolgd.
Abonneren op:
Posts (Atom)