dinsdag 11 november 2008

Onze Lieve Heer op zolder

Tijdens het voorbije weekend was ik met enkele medejezuïeten in Amsterdam. In A'dam vind je niet alleen grachten, coffeeshops, Ajax. Er zijn ook... tientallen schuilkerken. Onze gastheer-jezuïet leidde ons naar 'Onze Lieve Heer op Solder': een 17-de eeuws woonhuis met een prachtig kerkje op zolder. Dergelijke schuilkerken ontstonden na 1578, toen het katholieke stadsbestuur door een calvinistisch bewind werd vervangen, een gebeurtenis die men daar 'De Alteratie' noemt. De katholieke eredienst werd officieel verboden maar oogluikend toegestaan. Een gedoogbeleid heet dat.

Louter historisch curiosum? Ik kon de gedachte niet onderdrukken dat gelovigen zich tegenwoordig ook wel in schuilkerken verenigen. In de voorbije vijftien jaren ben ik vaak met kleine groepjes samengekomen in een of ander huis en heb daar met hen eucharistie gevierd. Mijn eigen jezuïetenhuis herbergt een kleine niet publieke kapel. Schuilkerkjes.

Godsdienst is politiek gezien naar de privé-sfeer verbannen. Je mag wel gelovig zijn, maar er mogen geen uiterlijke tekens van zichtbaar zijn in een publiek ambt. Niet dat ik er zelf zo'n behoefte aan heb om mij te 'afficheren', maar waarom zou men niet mogen zien welk geloof je belijdt? Het is natuurlijk niet verboden te geloven. Geloven wordt gedoogd, zoals roken van Cannabis.

Sommige politici willen het gedoogbeleid ten aanzien van soft drugs in Nederland stop te zetten, wegens niet efficiënt. Wat met het religieus gedoogbeleid? In onze schuilkerkjes is het vaak knus en goed. Ik vraag me af hoe in A'dam de overgang destijds verlopen is van schuilkerken naar terug openbare katholieke kerken. Misschien niet zonder moeite of nostalgie. Moeten we meer uit onze schuilkerken komen? Kan het ? Willen we het? Een omgekeerde Alteratie...

woensdag 22 oktober 2008

Waar stijgt mijn bloeddruk van?

Het huis is de laatste dagen stiller. Nicolas is net terug van tien dagen naar China. Rob veertien dagen naar Zuid-Korea en Tokio. En Jacques is met Elias naar Parijs. Ik weet niet zo heel precies het doel van hun reizen maar het zal wel respectievelijk met sinologie, spiritualiteit en vrede/conflict te maken hebben. Maar alle drie zijn ze op hun manier bezig met het Rijk Gods. De hele wereld is ons werkterrein. Dat vind ik een mooie gedachte. Ondertussen ben ik druk bezig in ons kleine Vlaanderen. Wat te druk blijkbaar want dat lijkt mijn te hoge bloeddruk mij duidelijk te willen maken. Natuurlijk werk ik heel veel uren, slaap ik te weinig en eet ik te veel. En ook stress? Indien wel, dan niet ten gevolge van mijn zieken, maar wel ten gevolge van mijn reflectie over het management in de gezondheidszorg.

Daar kan ik mij namelijk 'druk' over maken. Het zit overigens veel dieper en breder dan mijn werkplaats. Meer en meer zie ik dat over de hele wereld een bepaald economisch en managementsdenken het leven van ontelbaar velen sterk bepaalt en onder druk zet. Het is zo 'globaal' dat je je afvraagt of het de moeite loont ertegen in te gaan. De Bijbelse verhalen vinden van wel. David tegenover Goliath bijvoorbeeld. De huidige financiële crisis toont dat Goliath toch kwetsbaar is, en legt ook de ultieme verleiding bloot die in een doorgedreven managementsdenken schuilt: hoogmoed, megalomanie, macht omwille van de macht en niet meer ten dienst van de ander. 'Zo mag het niet zijn onder ons', zou Jezus zeggen. Ik moet hier denken aan de Geestelijke Oefening van 'de twee standaarden' bij Ignatius van Loyola. Laten we ons leiden door de dynamiek die uiteindelijk leidt tot nederigheid? Of laten we ons meer leiden door de dynamiek die leidt tot hoogmoed? die analyse heeft niets aan actualiteit verloren.

dinsdag 30 september 2008

Ik weet het niet, maar ik geloof dat...

Zondag laatstleden was het Brondag voor de ignatiaanse familie. Er werd onder andere iets behartenswaardigs verteld over de nieuwe generaal van de jezuïeten (en van de ignatiaanse familie dus). Adolfo Nicolàs verbleef meer dan veertig jaren in het Verre Oosten. Wat hem treft in de oosterse spiritualiteit is een bepaalde nederigheid met betrekking tot onze kennis van de essenties van het leven, zoals God. Oosterlingen zijn niet vlug geneigd tot dogmatische formuleringen. Dat was me uit het hart gegrepen. Een bepaalde vorm van 'agnosticisme (daarmee bedoel ik: 'ik weet het niet, maar ik geloof dat...') lijkt me vruchtbaar. Dat geldt voor mij met name voor het spreken over God en over wat goed is en wat kwaad. Mensen die heel precies weten wie God is en wat Hij wil, blinken niet altijd uit in menselijkheid. Zo zij het niet.

zondag 14 september 2008

Partir, c'est mourir un peu

Deze morgen is Jose Luis, een spaanse jezuïet en huisgenoot, na twee jaar studie in Leuven teruggekeerd naar Sevilla. Hij heeft het hier naar eigen zeggen zeer naar zijn zin gehad. Partir, c'est mourir un peu, maar op een bepaalde manier verlaat je elkaar nooit helemaal als je bij 'de Compagnie' - zoals de jezuïeten zichzelf vaak noemen. Dat is een mooi aspect van het jezuïetenleven: dat je zowat overal in de wereld terecht kunt bij mensen die in dezelfde spiritualiteit zijn gevormd. De wereld is ons huis. Maar dat betekent niet dat we ons niet hechten aan plaatsen...

Deze namiddag ben ik na het geven van een lezing in 'de heerlijckheit' te Geetbets - of all places, maar wat een mooie locatie - teruggekeerd naar de plaats waar ik meer dan 14 jaar heb gewoond: Godsheide. Het huis wordt omgevormd tot een orthopedagogisch centrum (kinderen met opvoedingsproblemen), en stelde zijn deuren open, mede in het kader van de Open Monumentendag. Ik vond het belangrijk voor de nieuwe bewoners om mijn interesse en steun te tonen voor een erg zinvol project, maar ik vond het ook belangrijk voor mezelf want het afscheid van dit huis heeft me moeite gekost, vooral omwille van de vele, toegegeven meestal niet piepjonge mensen die hier hun religieuze identiteit vonden en die niet zomaar een nieuwe spirituele heimat vinden. Van buiten is er weinig veranderd aan het huis, maar vanbinnen zijn vooral de voordien ruime gangen en tussenruimtes 'gecompartimenteerd' in functie van verschillende leefgroepen, en dat maakt het gebouw wat 'kortademiger'. De orthopedagogische groep beseft dat wel, maar moet een tussenweg zoeken tussen respect voor architectuur en de noodzaak om apparte leef-ruimtes te creëren. En ik ontmoette heel even Tim die nu in een van de vroegere paterkamers woont. Hij maakte een heel tevreden indruk. Kansen geven aan jonge mensen die een moeilijke levensstart kennen, dat is toch wel een stuk verrijzenis na de dood van 'ons' bezinningscentrum.

zondag 24 augustus 2008

Tia: ja, Tia! Ja, Tia: ja, hoog! 'Maar' sport?

We waren al een aantal uren een appartement van iemand in sociale nood aan het opruimen toen we het idee kregen om te luisteren naar radio 1 hoe het Tia verging. Ze had hem juist behaald, we hoorden nog niet dadelijk of het een gouden was, maar aan de enthousiaste toon van de reporter te horen moest het dat goud zijn. Wat kort daarop bevestigd werd. De hele natie kreeg een adrenaline-stoot. 44 jaar na Gaston Roelants, ook al in het Verre Oosten. De grijze, natte zaterdag baadde direct in een veel blijer licht. Maar ik had het niet gezien, ik had het niet rechtstreeks meegemaakt, net zoals de 4 x 100 meter bij de vrouwen. Ik vond het spijtig. Nochtans, het is 'maar' sport; en iemand uit de nood helpen is ook belangrijk.

En toch, misschien moeten we niet te vlug zeggen dat het 'maar' sport is. Van naderbij bekeken heeft sport misschien zelfs gelijkenissen met religie. Sport is bijvoorbeeld niet nuttig (al is er veel geld mee gemoeid soms, maar niet bij atletiek), maar wat niet nuttig is, is nog niet zinloos. Sport verwekt respect voor de jarenlange veelal anonieme inspanningen. Sport heeft ook van doen met eerlijkheid: geen doping gebruiken bijvoorbeeld. Sport vergt veel geloof: in jezelf, maar ook in de trainer, in de steun van anderen. Sport brengt mensen bijeen, letterlijk, maar ook figuurlijk, bijvoorbeeld door het enthousiasme en de fierheid over de landgenote die won. Vele mensen delen de vreugde (en soms de teleurstelling). Ze gunnen het succes ook aan atletes zoals Tia en Kim en haar drie 'kompanen', precies omdat ze niet alleen fantastische prestaties neerzetten, maar ook omdat ze niettemin zo spontaan, 'gewoon' en bescheiden overkomen. Al vinden ze sport evident heel belangrijk, toch wordt het geen afgod en blijken andere waarden als een gezin ook essentieel. Als Kim de 100 meter finale mist, zegt ze 'dankbaar' te zijn voor alles wat al wel gelukt is in haar leven. Sport vergt ook keuzes: geen zevenkamp maar hoogspringen, geen individuele 200m maar wel kiezen voor de collectieve 4 x 100 meter. Last but not least: sport kan zo mooi zijn, en daar mogen zovelen van genieten. En genieten is de voltooiing van de schepping.

dinsdag 5 augustus 2008

Jezus: 'sprekend' zijn Vader

God spreekt anders doorheen de tijden: dat blijkt ook uit de taal van de Bijbel die in feite niet een boek is maar een bibliotheekje van boeken ontstaan over vele eeuwen. In het Eerste Testament schrijft de profeet Jeremias: ‘Dit zegt Jahwe tot mij’. In Genesis lezen we: 'En de Heer sprak: er zij licht…’ In Exodus spreekt God tot Mozes en tot het volk en geeft de tien geboden. In die lijn lijkt de profeet Jeremias echt de spreekbuis, de woordvoerder van God, die bovendien letterlijk uitvoert wat God hem opdraagt. Indien ik zou zeggen dat de Heer deze nacht tot mij gesproken heeft, zou u allicht terecht denken: Marc moet eens naar een psychiater. Juist. Toch is het mij overkomen dat ik in een abdij de sterke aandrang voelde om naar een nachtofficie te gaan en het gevoel kreeg dat daar iets op mij wachtte en dat ik hieraan moest gehoorzamen. In die zin kan het spreken van de Heer tot de profeet misschien herkenbaar blijven.

Niettemin wordt het spreken van de Heer anders in het evangelie: geen dialoog meer zoals bijvoorbeeld tussen God en Jeremias of tussen Mozes en God. Het is Jezus zelf die spreekt zonder letterlijke interventie van God. Je krijgt ook minder de indruk dat hij letterlijk doorgeeft wat God de Vader voorzegt, maar dat Hij eerder uit zichzelf, in zekere zin ook gewoner spreekt. Wel is er die intieme band, die innerlijke dialoog met de Abba, Vader, die Jezus voortdurend opzoekt. Maar deze Abba verschijnt zelf nauwelijks nog ten tonele in de evangelies. Bij uitzondering wel: bij doopsel en gedaanteverandering: ‘Dit is mijn geliefde zoon, luister naar Hem’. Als dus de stem van de Vader klinkt is het enkel om het woord te verlenen aan de Zoon ‘Luister naar Hem’. Jezus is niet de woordvoerder van God, Hij is dat Woord.

Als we dus kijken naar de manieren van spreken van God is God ‘bij manier van spreken’ – letterlijk dan – in de evangelies mens geworden. Die mens leeft wel vanuit een intieme band/dialoog met de Abba. De Zoon is geen woordvoerder van God,maar de Zoon is wel, zoals iemand het zo mooi schreef ‘sprekend’ zijn Vader. ‘Wie Mij ziet, ziet de Vader’, zo laat Johannes, na lang contempleren en overdenken van het Jezusgebeuren, Jezus spreken. Hij is de gelijkenis van Zijn Vader… en Hij spreekt ook in gelijkenissen. Want ‘Zonder gelijkenissen leerde Hij niets’.

Jezus gebruikt beelden uit zijn tijd, dus ook veel natuur- en landbouwbeelden, zoals het mosterzaadje. Wat zouden onze beelden zijn? Misschien uit de communicatiewereld. ‘Het koninkrijk gelijkt op een goedaardig computervirus dat (of mooie beelden die) iemand op Internet zaaide zodat het via het wereldwijde web verspreid werd; het gelijkt op een aanstekelijke positieve boodschap die iemand op You tube plaatste; op een blog… Het Woord van God is als een gps die onze positie aangeeft en richting geeft.

Hoe 'spreekt' God volgens jou? Welke beelden zou jij gebruiken?