woensdag 22 oktober 2008

Waar stijgt mijn bloeddruk van?

Het huis is de laatste dagen stiller. Nicolas is net terug van tien dagen naar China. Rob veertien dagen naar Zuid-Korea en Tokio. En Jacques is met Elias naar Parijs. Ik weet niet zo heel precies het doel van hun reizen maar het zal wel respectievelijk met sinologie, spiritualiteit en vrede/conflict te maken hebben. Maar alle drie zijn ze op hun manier bezig met het Rijk Gods. De hele wereld is ons werkterrein. Dat vind ik een mooie gedachte. Ondertussen ben ik druk bezig in ons kleine Vlaanderen. Wat te druk blijkbaar want dat lijkt mijn te hoge bloeddruk mij duidelijk te willen maken. Natuurlijk werk ik heel veel uren, slaap ik te weinig en eet ik te veel. En ook stress? Indien wel, dan niet ten gevolge van mijn zieken, maar wel ten gevolge van mijn reflectie over het management in de gezondheidszorg.

Daar kan ik mij namelijk 'druk' over maken. Het zit overigens veel dieper en breder dan mijn werkplaats. Meer en meer zie ik dat over de hele wereld een bepaald economisch en managementsdenken het leven van ontelbaar velen sterk bepaalt en onder druk zet. Het is zo 'globaal' dat je je afvraagt of het de moeite loont ertegen in te gaan. De Bijbelse verhalen vinden van wel. David tegenover Goliath bijvoorbeeld. De huidige financiële crisis toont dat Goliath toch kwetsbaar is, en legt ook de ultieme verleiding bloot die in een doorgedreven managementsdenken schuilt: hoogmoed, megalomanie, macht omwille van de macht en niet meer ten dienst van de ander. 'Zo mag het niet zijn onder ons', zou Jezus zeggen. Ik moet hier denken aan de Geestelijke Oefening van 'de twee standaarden' bij Ignatius van Loyola. Laten we ons leiden door de dynamiek die uiteindelijk leidt tot nederigheid? Of laten we ons meer leiden door de dynamiek die leidt tot hoogmoed? die analyse heeft niets aan actualiteit verloren.

dinsdag 30 september 2008

Ik weet het niet, maar ik geloof dat...

Zondag laatstleden was het Brondag voor de ignatiaanse familie. Er werd onder andere iets behartenswaardigs verteld over de nieuwe generaal van de jezuïeten (en van de ignatiaanse familie dus). Adolfo Nicolàs verbleef meer dan veertig jaren in het Verre Oosten. Wat hem treft in de oosterse spiritualiteit is een bepaalde nederigheid met betrekking tot onze kennis van de essenties van het leven, zoals God. Oosterlingen zijn niet vlug geneigd tot dogmatische formuleringen. Dat was me uit het hart gegrepen. Een bepaalde vorm van 'agnosticisme (daarmee bedoel ik: 'ik weet het niet, maar ik geloof dat...') lijkt me vruchtbaar. Dat geldt voor mij met name voor het spreken over God en over wat goed is en wat kwaad. Mensen die heel precies weten wie God is en wat Hij wil, blinken niet altijd uit in menselijkheid. Zo zij het niet.

zondag 14 september 2008

Partir, c'est mourir un peu

Deze morgen is Jose Luis, een spaanse jezuïet en huisgenoot, na twee jaar studie in Leuven teruggekeerd naar Sevilla. Hij heeft het hier naar eigen zeggen zeer naar zijn zin gehad. Partir, c'est mourir un peu, maar op een bepaalde manier verlaat je elkaar nooit helemaal als je bij 'de Compagnie' - zoals de jezuïeten zichzelf vaak noemen. Dat is een mooi aspect van het jezuïetenleven: dat je zowat overal in de wereld terecht kunt bij mensen die in dezelfde spiritualiteit zijn gevormd. De wereld is ons huis. Maar dat betekent niet dat we ons niet hechten aan plaatsen...

Deze namiddag ben ik na het geven van een lezing in 'de heerlijckheit' te Geetbets - of all places, maar wat een mooie locatie - teruggekeerd naar de plaats waar ik meer dan 14 jaar heb gewoond: Godsheide. Het huis wordt omgevormd tot een orthopedagogisch centrum (kinderen met opvoedingsproblemen), en stelde zijn deuren open, mede in het kader van de Open Monumentendag. Ik vond het belangrijk voor de nieuwe bewoners om mijn interesse en steun te tonen voor een erg zinvol project, maar ik vond het ook belangrijk voor mezelf want het afscheid van dit huis heeft me moeite gekost, vooral omwille van de vele, toegegeven meestal niet piepjonge mensen die hier hun religieuze identiteit vonden en die niet zomaar een nieuwe spirituele heimat vinden. Van buiten is er weinig veranderd aan het huis, maar vanbinnen zijn vooral de voordien ruime gangen en tussenruimtes 'gecompartimenteerd' in functie van verschillende leefgroepen, en dat maakt het gebouw wat 'kortademiger'. De orthopedagogische groep beseft dat wel, maar moet een tussenweg zoeken tussen respect voor architectuur en de noodzaak om apparte leef-ruimtes te creëren. En ik ontmoette heel even Tim die nu in een van de vroegere paterkamers woont. Hij maakte een heel tevreden indruk. Kansen geven aan jonge mensen die een moeilijke levensstart kennen, dat is toch wel een stuk verrijzenis na de dood van 'ons' bezinningscentrum.

zondag 24 augustus 2008

Tia: ja, Tia! Ja, Tia: ja, hoog! 'Maar' sport?

We waren al een aantal uren een appartement van iemand in sociale nood aan het opruimen toen we het idee kregen om te luisteren naar radio 1 hoe het Tia verging. Ze had hem juist behaald, we hoorden nog niet dadelijk of het een gouden was, maar aan de enthousiaste toon van de reporter te horen moest het dat goud zijn. Wat kort daarop bevestigd werd. De hele natie kreeg een adrenaline-stoot. 44 jaar na Gaston Roelants, ook al in het Verre Oosten. De grijze, natte zaterdag baadde direct in een veel blijer licht. Maar ik had het niet gezien, ik had het niet rechtstreeks meegemaakt, net zoals de 4 x 100 meter bij de vrouwen. Ik vond het spijtig. Nochtans, het is 'maar' sport; en iemand uit de nood helpen is ook belangrijk.

En toch, misschien moeten we niet te vlug zeggen dat het 'maar' sport is. Van naderbij bekeken heeft sport misschien zelfs gelijkenissen met religie. Sport is bijvoorbeeld niet nuttig (al is er veel geld mee gemoeid soms, maar niet bij atletiek), maar wat niet nuttig is, is nog niet zinloos. Sport verwekt respect voor de jarenlange veelal anonieme inspanningen. Sport heeft ook van doen met eerlijkheid: geen doping gebruiken bijvoorbeeld. Sport vergt veel geloof: in jezelf, maar ook in de trainer, in de steun van anderen. Sport brengt mensen bijeen, letterlijk, maar ook figuurlijk, bijvoorbeeld door het enthousiasme en de fierheid over de landgenote die won. Vele mensen delen de vreugde (en soms de teleurstelling). Ze gunnen het succes ook aan atletes zoals Tia en Kim en haar drie 'kompanen', precies omdat ze niet alleen fantastische prestaties neerzetten, maar ook omdat ze niettemin zo spontaan, 'gewoon' en bescheiden overkomen. Al vinden ze sport evident heel belangrijk, toch wordt het geen afgod en blijken andere waarden als een gezin ook essentieel. Als Kim de 100 meter finale mist, zegt ze 'dankbaar' te zijn voor alles wat al wel gelukt is in haar leven. Sport vergt ook keuzes: geen zevenkamp maar hoogspringen, geen individuele 200m maar wel kiezen voor de collectieve 4 x 100 meter. Last but not least: sport kan zo mooi zijn, en daar mogen zovelen van genieten. En genieten is de voltooiing van de schepping.

dinsdag 5 augustus 2008

Jezus: 'sprekend' zijn Vader

God spreekt anders doorheen de tijden: dat blijkt ook uit de taal van de Bijbel die in feite niet een boek is maar een bibliotheekje van boeken ontstaan over vele eeuwen. In het Eerste Testament schrijft de profeet Jeremias: ‘Dit zegt Jahwe tot mij’. In Genesis lezen we: 'En de Heer sprak: er zij licht…’ In Exodus spreekt God tot Mozes en tot het volk en geeft de tien geboden. In die lijn lijkt de profeet Jeremias echt de spreekbuis, de woordvoerder van God, die bovendien letterlijk uitvoert wat God hem opdraagt. Indien ik zou zeggen dat de Heer deze nacht tot mij gesproken heeft, zou u allicht terecht denken: Marc moet eens naar een psychiater. Juist. Toch is het mij overkomen dat ik in een abdij de sterke aandrang voelde om naar een nachtofficie te gaan en het gevoel kreeg dat daar iets op mij wachtte en dat ik hieraan moest gehoorzamen. In die zin kan het spreken van de Heer tot de profeet misschien herkenbaar blijven.

Niettemin wordt het spreken van de Heer anders in het evangelie: geen dialoog meer zoals bijvoorbeeld tussen God en Jeremias of tussen Mozes en God. Het is Jezus zelf die spreekt zonder letterlijke interventie van God. Je krijgt ook minder de indruk dat hij letterlijk doorgeeft wat God de Vader voorzegt, maar dat Hij eerder uit zichzelf, in zekere zin ook gewoner spreekt. Wel is er die intieme band, die innerlijke dialoog met de Abba, Vader, die Jezus voortdurend opzoekt. Maar deze Abba verschijnt zelf nauwelijks nog ten tonele in de evangelies. Bij uitzondering wel: bij doopsel en gedaanteverandering: ‘Dit is mijn geliefde zoon, luister naar Hem’. Als dus de stem van de Vader klinkt is het enkel om het woord te verlenen aan de Zoon ‘Luister naar Hem’. Jezus is niet de woordvoerder van God, Hij is dat Woord.

Als we dus kijken naar de manieren van spreken van God is God ‘bij manier van spreken’ – letterlijk dan – in de evangelies mens geworden. Die mens leeft wel vanuit een intieme band/dialoog met de Abba. De Zoon is geen woordvoerder van God,maar de Zoon is wel, zoals iemand het zo mooi schreef ‘sprekend’ zijn Vader. ‘Wie Mij ziet, ziet de Vader’, zo laat Johannes, na lang contempleren en overdenken van het Jezusgebeuren, Jezus spreken. Hij is de gelijkenis van Zijn Vader… en Hij spreekt ook in gelijkenissen. Want ‘Zonder gelijkenissen leerde Hij niets’.

Jezus gebruikt beelden uit zijn tijd, dus ook veel natuur- en landbouwbeelden, zoals het mosterzaadje. Wat zouden onze beelden zijn? Misschien uit de communicatiewereld. ‘Het koninkrijk gelijkt op een goedaardig computervirus dat (of mooie beelden die) iemand op Internet zaaide zodat het via het wereldwijde web verspreid werd; het gelijkt op een aanstekelijke positieve boodschap die iemand op You tube plaatste; op een blog… Het Woord van God is als een gps die onze positie aangeeft en richting geeft.

Hoe 'spreekt' God volgens jou? Welke beelden zou jij gebruiken?

zaterdag 12 juli 2008

Jonge mensen die erin geloven

Vakantie... de grote leeg-loop? Rusten is iets anders doen, las ik ooit. Nadenkend over dit 'anders doen' viel ik op de rol van jonge mensen daarin.

Tijdens het vorige weekend organiseerden we met een team 'Familiedagen' in het Bezinningscentrum Drongen. Twee keer per jaar gebeurt dat: in het Krokusverlof en aan het begin van de grote vakantie. Ik doe dan dingen waar ik in het gewone leven zelden of veel minder aan toe kom: dagelijks een toneeltje spelen bijvoorbeeld - in het vel kruipen van Esau, en van de ongelovige Thomas, en van de man die een huis wou bouwen op rotsgrond of op zand... En hoe onnozel het soms lijkt als we eraan beginnen, telkens komt er weer veel meer uit dan we gedacht hadden. En muziek spelen en zingen, veel muziek, volwassenen en kinderen die samen piano, klarinet, gitaar, djembe, trommel, dwarsfluit spelen. Heerlijk. En koppels ontmoeten, en veel jongeren want zij zijn tegenwoordig de sterkhouders van de Familiedagen. Zij willen er absoluut bij zijn en trekken de ouders mee. Dat belooft!

Iets anders doen, dat is voor mij ook een huwelijk inzegenen. Hoogstens enkele keren per jaar zit het erin. Ik ontmoet het koppel vier à vijf keer en telkens is het toch wel een voorrecht om een scharniermoment te mogen meebeleven. Deze week ontmoette ik een nieuw koppel voor het eerst, en volgende zaterdag zegen ik een ander huwelijk in. Hoewel ze allen reeds langer samenwonen, hoor ik telkens weer dat die jonge mensen het kerkelijk huwelijk met zijn liturgisch ja-woord betekenisvol blijven vinden. Toch niet zo vreemd, denk ik dan als religieus, want leggen religieuzen hun laatste geloften ook niet vaak pas na vele, vele jaren af (in mijn geval na 13 jaar)? Waarom zou een koppel dan na heel korte tijd al een definitieve keuze moeten maken?

Jonge mensen voeren je soms naar ongewone plaatsen. Volgende zaterdag stappen Thomas en Isabel in het huwelijksbootje, letterlijk ook, want een boot zal hen voeren naar een kerk midden een jachthaven in Zuid-Frankrijk. Dat levert mij een week vakantie in het zonnige zuiden op, en dat is werkelijk heel lang geleden. Daar zal ik iets anders doen: rusten!

dinsdag 1 juli 2008

Mens, erger je niet

Gisteren meldde het radionieuws dat volgens de Federale Controle en Evaluatie Commissie gemiddeld 38 euthanasies per maand worden uitgevoerd, en dat de commissie nogmaals aandringt op meer informatie over euthanasie. Dat ontlokte mij enige ergernis en bedenkingen.

Waarom komt dit nu in het nieuws, bedacht ik? Lang moest ik niet nadenken. Toevallig is er net een brochure verschenen, een editie van het 'LEIFblad', dat blijkbaar aan de door de Commissie geuite vraag naar informatie over euthanasie moet voldoen. Als ik me niet vergis 50.000 exemplaren, ondermeer verzonden met De Huisarts. Toevallig is de voorzitter van de Federale controle en Evaluatie Commissie ook de voorzitter van het LEIF-forum. Toch allemaal mooi georchestreerd.

Misschien moet de radio eens melden hoeveel patiënten gemiddeld per maand sterven met palliatieve begeleiding, of het nu gaat om een overlijden in een palliatieve eenheid of in een andere setting, begeleid door een palliatief supportteam. Dat zijn er beslist veel meer dan 38. Nietttemin moet dan ook eens aangedrongen worden op meer informatie over palliatieve zorg. Wees niet bang, dit zal niet gebeuren.
Op de eerste bladzijde van die brochure lees ik: 'Wist je dat het tijdstip van overlijden bij 4 op de 10 Vlamingen bepaald wordt door een (medische) beslissing? M.a.w. dat hun overlijden medisch gestuurd wordt en niet meer 'natuurlijk' is?' Het cijfer is exact, toch volgens bepaalde onderzoeken. Wat betekent die 4 op 10 voor mij? Dat men gezien de geneeskundige evoluties bewust moet omgaan met die beslissingen. Wat echter mijns inziens vooral gesuggereerd wordt door het helemaal vooraan te zetten, zonder het expliciet te zeggen, is dat in 4 op de 10 gevallen iets 'onnatuurlijks' gebeurt... levensbeëindiging. En dat is al te kort door de ethische bocht.
Wat euthanasie betreft ben ik weliswaar principeel tegen, maar nooit fanatiek, en de mensen die duidelijk euthanasie willen begeleid ik tot het einde. Ook vind ik, getoetst vanuit mijn dagelijkse ervaring, dat er in de brochure juiste praktische opmerkingen en informaties staan over euthanasie. Toch erger ik me aan de blijkbaar niet te stuiten mediatieke pletwals om euthanasie te promoten als de 'voie royale' naar een waardige dood, terwijl het in werkelijkheid slechts om een uitzondering gaat. Het mediatieke beukwerk heeft wel degelijk (toch tijdelijk) effect op het gedrag van de mensen. Dit stelde ik vast bijvoorbeeld naar aanleiding van Claus' dood - niet toevallig is zijn weduwe de laatste bekende vlaming die in de brochure aan het woord komt. Ja, de brochure heeft het over meer dan euthanasie, zelfs over palliatieve zorg, maar de hoofdtoon is duidelijk: euthanasie.
Ik heb soms bewondering voor de bekeringsijver van de 'euthanasiasten'. Wij, katholieken, kennen dat soort proselytisme niet meer.