God spreekt anders doorheen de tijden: dat blijkt ook uit de taal van de Bijbel die in feite niet een boek is maar een bibliotheekje van boeken ontstaan over vele eeuwen. In het Eerste Testament schrijft de profeet Jeremias: ‘Dit zegt Jahwe tot mij’. In Genesis lezen we: 'En de Heer sprak: er zij licht…’ In Exodus spreekt God tot Mozes en tot het volk en geeft de tien geboden. In die lijn lijkt de profeet Jeremias echt de spreekbuis, de woordvoerder van God, die bovendien letterlijk uitvoert wat God hem opdraagt. Indien ik zou zeggen dat de Heer deze nacht tot mij gesproken heeft, zou u allicht terecht denken: Marc moet eens naar een psychiater. Juist. Toch is het mij overkomen dat ik in een abdij de sterke aandrang voelde om naar een nachtofficie te gaan en het gevoel kreeg dat daar iets op mij wachtte en dat ik hieraan moest gehoorzamen. In die zin kan het spreken van de Heer tot de profeet misschien herkenbaar blijven.
Niettemin wordt het spreken van de Heer anders in het evangelie: geen dialoog meer zoals bijvoorbeeld tussen God en Jeremias of tussen Mozes en God. Het is Jezus zelf die spreekt zonder letterlijke interventie van God. Je krijgt ook minder de indruk dat hij letterlijk doorgeeft wat God de Vader voorzegt, maar dat Hij eerder uit zichzelf, in zekere zin ook gewoner spreekt. Wel is er die intieme band, die innerlijke dialoog met de Abba, Vader, die Jezus voortdurend opzoekt. Maar deze Abba verschijnt zelf nauwelijks nog ten tonele in de evangelies. Bij uitzondering wel: bij doopsel en gedaanteverandering: ‘Dit is mijn geliefde zoon, luister naar Hem’. Als dus de stem van de Vader klinkt is het enkel om het woord te verlenen aan de Zoon ‘Luister naar Hem’. Jezus is niet de woordvoerder van God, Hij is dat Woord.
Als we dus kijken naar de manieren van spreken van God is God ‘bij manier van spreken’ – letterlijk dan – in de evangelies mens geworden. Die mens leeft wel vanuit een intieme band/dialoog met de Abba. De Zoon is geen woordvoerder van God,maar de Zoon is wel, zoals iemand het zo mooi schreef ‘sprekend’ zijn Vader. ‘Wie Mij ziet, ziet de Vader’, zo laat Johannes, na lang contempleren en overdenken van het Jezusgebeuren, Jezus spreken. Hij is de gelijkenis van Zijn Vader… en Hij spreekt ook in gelijkenissen. Want ‘Zonder gelijkenissen leerde Hij niets’.
Jezus gebruikt beelden uit zijn tijd, dus ook veel natuur- en landbouwbeelden, zoals het mosterzaadje. Wat zouden onze beelden zijn? Misschien uit de communicatiewereld. ‘Het koninkrijk gelijkt op een goedaardig computervirus dat (of mooie beelden die) iemand op Internet zaaide zodat het via het wereldwijde web verspreid werd; het gelijkt op een aanstekelijke positieve boodschap die iemand op You tube plaatste; op een blog… Het Woord van God is als een gps die onze positie aangeeft en richting geeft.
Hoe 'spreekt' God volgens jou? Welke beelden zou jij gebruiken?
dinsdag 5 augustus 2008
zaterdag 12 juli 2008
Jonge mensen die erin geloven
Vakantie... de grote leeg-loop? Rusten is iets anders doen, las ik ooit. Nadenkend over dit 'anders doen' viel ik op de rol van jonge mensen daarin.
Tijdens het vorige weekend organiseerden we met een team 'Familiedagen' in het Bezinningscentrum Drongen. Twee keer per jaar gebeurt dat: in het Krokusverlof en aan het begin van de grote vakantie. Ik doe dan dingen waar ik in het gewone leven zelden of veel minder aan toe kom: dagelijks een toneeltje spelen bijvoorbeeld - in het vel kruipen van Esau, en van de ongelovige Thomas, en van de man die een huis wou bouwen op rotsgrond of op zand... En hoe onnozel het soms lijkt als we eraan beginnen, telkens komt er weer veel meer uit dan we gedacht hadden. En muziek spelen en zingen, veel muziek, volwassenen en kinderen die samen piano, klarinet, gitaar, djembe, trommel, dwarsfluit spelen. Heerlijk. En koppels ontmoeten, en veel jongeren want zij zijn tegenwoordig de sterkhouders van de Familiedagen. Zij willen er absoluut bij zijn en trekken de ouders mee. Dat belooft!
Iets anders doen, dat is voor mij ook een huwelijk inzegenen. Hoogstens enkele keren per jaar zit het erin. Ik ontmoet het koppel vier à vijf keer en telkens is het toch wel een voorrecht om een scharniermoment te mogen meebeleven. Deze week ontmoette ik een nieuw koppel voor het eerst, en volgende zaterdag zegen ik een ander huwelijk in. Hoewel ze allen reeds langer samenwonen, hoor ik telkens weer dat die jonge mensen het kerkelijk huwelijk met zijn liturgisch ja-woord betekenisvol blijven vinden. Toch niet zo vreemd, denk ik dan als religieus, want leggen religieuzen hun laatste geloften ook niet vaak pas na vele, vele jaren af (in mijn geval na 13 jaar)? Waarom zou een koppel dan na heel korte tijd al een definitieve keuze moeten maken?
Jonge mensen voeren je soms naar ongewone plaatsen. Volgende zaterdag stappen Thomas en Isabel in het huwelijksbootje, letterlijk ook, want een boot zal hen voeren naar een kerk midden een jachthaven in Zuid-Frankrijk. Dat levert mij een week vakantie in het zonnige zuiden op, en dat is werkelijk heel lang geleden. Daar zal ik iets anders doen: rusten!
Tijdens het vorige weekend organiseerden we met een team 'Familiedagen' in het Bezinningscentrum Drongen. Twee keer per jaar gebeurt dat: in het Krokusverlof en aan het begin van de grote vakantie. Ik doe dan dingen waar ik in het gewone leven zelden of veel minder aan toe kom: dagelijks een toneeltje spelen bijvoorbeeld - in het vel kruipen van Esau, en van de ongelovige Thomas, en van de man die een huis wou bouwen op rotsgrond of op zand... En hoe onnozel het soms lijkt als we eraan beginnen, telkens komt er weer veel meer uit dan we gedacht hadden. En muziek spelen en zingen, veel muziek, volwassenen en kinderen die samen piano, klarinet, gitaar, djembe, trommel, dwarsfluit spelen. Heerlijk. En koppels ontmoeten, en veel jongeren want zij zijn tegenwoordig de sterkhouders van de Familiedagen. Zij willen er absoluut bij zijn en trekken de ouders mee. Dat belooft!
Iets anders doen, dat is voor mij ook een huwelijk inzegenen. Hoogstens enkele keren per jaar zit het erin. Ik ontmoet het koppel vier à vijf keer en telkens is het toch wel een voorrecht om een scharniermoment te mogen meebeleven. Deze week ontmoette ik een nieuw koppel voor het eerst, en volgende zaterdag zegen ik een ander huwelijk in. Hoewel ze allen reeds langer samenwonen, hoor ik telkens weer dat die jonge mensen het kerkelijk huwelijk met zijn liturgisch ja-woord betekenisvol blijven vinden. Toch niet zo vreemd, denk ik dan als religieus, want leggen religieuzen hun laatste geloften ook niet vaak pas na vele, vele jaren af (in mijn geval na 13 jaar)? Waarom zou een koppel dan na heel korte tijd al een definitieve keuze moeten maken?
Jonge mensen voeren je soms naar ongewone plaatsen. Volgende zaterdag stappen Thomas en Isabel in het huwelijksbootje, letterlijk ook, want een boot zal hen voeren naar een kerk midden een jachthaven in Zuid-Frankrijk. Dat levert mij een week vakantie in het zonnige zuiden op, en dat is werkelijk heel lang geleden. Daar zal ik iets anders doen: rusten!
dinsdag 1 juli 2008
Mens, erger je niet
Gisteren meldde het radionieuws dat volgens de Federale Controle en Evaluatie Commissie gemiddeld 38 euthanasies per maand worden uitgevoerd, en dat de commissie nogmaals aandringt op meer informatie over euthanasie. Dat ontlokte mij enige ergernis en bedenkingen.
Waarom komt dit nu in het nieuws, bedacht ik? Lang moest ik niet nadenken. Toevallig is er net een brochure verschenen, een editie van het 'LEIFblad', dat blijkbaar aan de door de Commissie geuite vraag naar informatie over euthanasie moet voldoen. Als ik me niet vergis 50.000 exemplaren, ondermeer verzonden met De Huisarts. Toevallig is de voorzitter van de Federale controle en Evaluatie Commissie ook de voorzitter van het LEIF-forum. Toch allemaal mooi georchestreerd.
Misschien moet de radio eens melden hoeveel patiënten gemiddeld per maand sterven met palliatieve begeleiding, of het nu gaat om een overlijden in een palliatieve eenheid of in een andere setting, begeleid door een palliatief supportteam. Dat zijn er beslist veel meer dan 38. Nietttemin moet dan ook eens aangedrongen worden op meer informatie over palliatieve zorg. Wees niet bang, dit zal niet gebeuren.
Waarom komt dit nu in het nieuws, bedacht ik? Lang moest ik niet nadenken. Toevallig is er net een brochure verschenen, een editie van het 'LEIFblad', dat blijkbaar aan de door de Commissie geuite vraag naar informatie over euthanasie moet voldoen. Als ik me niet vergis 50.000 exemplaren, ondermeer verzonden met De Huisarts. Toevallig is de voorzitter van de Federale controle en Evaluatie Commissie ook de voorzitter van het LEIF-forum. Toch allemaal mooi georchestreerd.
Misschien moet de radio eens melden hoeveel patiënten gemiddeld per maand sterven met palliatieve begeleiding, of het nu gaat om een overlijden in een palliatieve eenheid of in een andere setting, begeleid door een palliatief supportteam. Dat zijn er beslist veel meer dan 38. Nietttemin moet dan ook eens aangedrongen worden op meer informatie over palliatieve zorg. Wees niet bang, dit zal niet gebeuren.
Op de eerste bladzijde van die brochure lees ik: 'Wist je dat het tijdstip van overlijden bij 4 op de 10 Vlamingen bepaald wordt door een (medische) beslissing? M.a.w. dat hun overlijden medisch gestuurd wordt en niet meer 'natuurlijk' is?' Het cijfer is exact, toch volgens bepaalde onderzoeken. Wat betekent die 4 op 10 voor mij? Dat men gezien de geneeskundige evoluties bewust moet omgaan met die beslissingen. Wat echter mijns inziens vooral gesuggereerd wordt door het helemaal vooraan te zetten, zonder het expliciet te zeggen, is dat in 4 op de 10 gevallen iets 'onnatuurlijks' gebeurt... levensbeëindiging. En dat is al te kort door de ethische bocht.
Wat euthanasie betreft ben ik weliswaar principeel tegen, maar nooit fanatiek, en de mensen die duidelijk euthanasie willen begeleid ik tot het einde. Ook vind ik, getoetst vanuit mijn dagelijkse ervaring, dat er in de brochure juiste praktische opmerkingen en informaties staan over euthanasie. Toch erger ik me aan de blijkbaar niet te stuiten mediatieke pletwals om euthanasie te promoten als de 'voie royale' naar een waardige dood, terwijl het in werkelijkheid slechts om een uitzondering gaat. Het mediatieke beukwerk heeft wel degelijk (toch tijdelijk) effect op het gedrag van de mensen. Dit stelde ik vast bijvoorbeeld naar aanleiding van Claus' dood - niet toevallig is zijn weduwe de laatste bekende vlaming die in de brochure aan het woord komt. Ja, de brochure heeft het over meer dan euthanasie, zelfs over palliatieve zorg, maar de hoofdtoon is duidelijk: euthanasie.
Ik heb soms bewondering voor de bekeringsijver van de 'euthanasiasten'. Wij, katholieken, kennen dat soort proselytisme niet meer.
woensdag 25 juni 2008
Twee bemoedigingsmomenten
Gisterenavond was het weer zover: bemoedigingsmoment voor families van dertig patiënten die tussen februari en mei van dit jaar op onze palliatieve dienst zijn overleden. Vier, vijf keer per jaar organiseren we dat, sinds meer dan tien jaar. Verpleger Eddy bracht nog eens een eigen verhaal: hoe een dode tak werd omgevormd tot een fluit waaruit 'leven makende' muziek voortkwam. Vrijwilligster Jo verhaalde voor de zoveelste keer het huzarenstukje om over elke overledene een fijnzinnig paragraafje te schrijven en voor te lezen. Een kleindochter van een overledene zong met een vriendin twee songs in a cappella, wat de stilte enkel verdiepte. 'Het is de stilte tussen de noten die van noten muziek maakt, net zoals het de spatie tussen woorden is die woorden tot (een) zin maakt', vulde ik aan in een meditatie over stilte. Het verbaast me telkens weer hoe het delen van verdriet toch bemoediging verwekt. Dat horen we toch in de reacties van de aanwezigen.
Deze avond terug een vergadering in het ziekenhuis: een informatieavond voor artsen naar aanleiding van het verschijnen van een deontologische code, wat nogal beroering had verwekt gezien dit zonder echte inspraak gebeurde wat betreft de concrete uitwerking. Het gesprek werd ingeleid door een 'externe expert in integriteitsmanagement'. In de uitwisseling werd niet alleen de onvrede geventileerd over het infantiliserend karakter van sommige concrete details, zoals het verbod om negatieve kritiek naar buiten te brengen. Wat mij vooral trof was dat langs vele monden en stiltes een diepe onvrede aan de oppervlakte kwam over de evolutie van het management van het ziekenhuis. De perceptie leeft dat 'de organisatie' (haar imago, haar integriteit etc) belangrijker wordt dan datgene wat zorgverleners individueel en als team nodig hebben om hun core-business - zorg voor patiënten - te kunnen vervullen. In zo'n context wordt een deontologische code niet ervaren als een hulpmiddel maar als een controle-instrument, en wordt ze tot bron van wantrouwen. Vroeger zwaaiden artsen de plak in een ziekenhuis, nu zijn het veeleer managers. Toch gaat het mij hier niet om een machtsstrijd. Ik kan alleen maar hopen dat deze bewogen avond ons terug mag voeren naar de basics. Maar wat daar ook moge van komen, het feit dat een gevoel dat sinds meer dan een jaar op mij weegt uitgesproken en gedeeld kon worden, ervaarde ik als heel troostend. Dat was een tweede, nu onverwacht 'bemoedigingsmoment' op twee dagen.
Deze avond terug een vergadering in het ziekenhuis: een informatieavond voor artsen naar aanleiding van het verschijnen van een deontologische code, wat nogal beroering had verwekt gezien dit zonder echte inspraak gebeurde wat betreft de concrete uitwerking. Het gesprek werd ingeleid door een 'externe expert in integriteitsmanagement'. In de uitwisseling werd niet alleen de onvrede geventileerd over het infantiliserend karakter van sommige concrete details, zoals het verbod om negatieve kritiek naar buiten te brengen. Wat mij vooral trof was dat langs vele monden en stiltes een diepe onvrede aan de oppervlakte kwam over de evolutie van het management van het ziekenhuis. De perceptie leeft dat 'de organisatie' (haar imago, haar integriteit etc) belangrijker wordt dan datgene wat zorgverleners individueel en als team nodig hebben om hun core-business - zorg voor patiënten - te kunnen vervullen. In zo'n context wordt een deontologische code niet ervaren als een hulpmiddel maar als een controle-instrument, en wordt ze tot bron van wantrouwen. Vroeger zwaaiden artsen de plak in een ziekenhuis, nu zijn het veeleer managers. Toch gaat het mij hier niet om een machtsstrijd. Ik kan alleen maar hopen dat deze bewogen avond ons terug mag voeren naar de basics. Maar wat daar ook moge van komen, het feit dat een gevoel dat sinds meer dan een jaar op mij weegt uitgesproken en gedeeld kon worden, ervaarde ik als heel troostend. Dat was een tweede, nu onverwacht 'bemoedigingsmoment' op twee dagen.
dinsdag 17 juni 2008
Zingen maakt gelukkig; dwingen maakt ongelukkig
Zingen maakt gelukkig. Dat is niet alleen een zin uit een psalm, en de titel van een liedboek, maar ook realiteit. Zo mocht ik het zondag nog eens ervaren met de UP-Cantorij van Leuven. In een grote, lichte ruimte zoals de Begijnhofkerk met voldoende mensen, in vier stemmen, goed begeleid en geleid, prachtige Oosterhuisliederen zingen tijdens een liturgie, dat maakt gelukkig. Dat verbindt. Dat is letterlijk en figuurlijk een verademing. Dat is geest en religie in een wereld die soms verstikkend werkt.
Dwingen maakt ongelukkig. Vandaag ontmoette ik de arts die recent door een rechter werd gedwongen om een medisch nutteloze kunstmatige beademing desgevallens uit te voeren bij een terminale kankerpatiënte indien een familielid dit zou eisen. In krantenartikels werd de arts met naam en toenaam genoemd en werd het strenge oordeel van de rechter ten aanzien van de 'menselijk onverantwoorde' houding van de arts flink onderstreept, evenals een vroegere zaak waarin de arts betrokken was - zonder te vermelden dat hij in die vroegere zaak volledig werd vrijgepleit. Maak het maar mee. Media kunnen een enorme dwang uitoefenen. Simpel machtsmisbruik.
Kom laat ons zingen. Zij het soms een klaaglied.
Dwingen maakt ongelukkig. Vandaag ontmoette ik de arts die recent door een rechter werd gedwongen om een medisch nutteloze kunstmatige beademing desgevallens uit te voeren bij een terminale kankerpatiënte indien een familielid dit zou eisen. In krantenartikels werd de arts met naam en toenaam genoemd en werd het strenge oordeel van de rechter ten aanzien van de 'menselijk onverantwoorde' houding van de arts flink onderstreept, evenals een vroegere zaak waarin de arts betrokken was - zonder te vermelden dat hij in die vroegere zaak volledig werd vrijgepleit. Maak het maar mee. Media kunnen een enorme dwang uitoefenen. Simpel machtsmisbruik.
Kom laat ons zingen. Zij het soms een klaaglied.
woensdag 11 juni 2008
Begrijpen, eerder dan begrepen worden
Deze avond hoorde ik op de televisie een flard van het fameuze gebed van Franciscus: 'Laat me meer zoeken om te begrijpen dan om begrepen te worden'. Merkwaardig, maar die zin kan een grote verademing en bevrijding betekenen wanneer je je onbegrepen voelt en je hoofd tolt van de zoektocht naar begrip en erkenning.
donderdag 5 juni 2008
Rituelen helen
'Straks is er de ziekenzalving', fluistert een patiënte mij gisteren toe. 'Om 18 uur'. Het klonk als iets belangrijks en iets feestelijks. 's Avonds - ik was het al vergeten - kwam ik eerder toevallig langs haar kamer. Haar neef, een witte pater, stond er in albe. Er waren heel wat familieleden. Het bed, waarin ik ze meestal aantref, was leeg. Ze zat in een zetel, niet in slaapkledij maar in 'gewone kledij'. 'Waar is de patiënt?' grapte ik, maar eigenlijk dit ook meer dan een grapje: dit ritueel gebeuren gaf haar toch een ander 'aanschijn'. En zo heeft haar neef haar gezalfd.
Een beetje verder vind ik een ongeneeslijke Afrikaanse oma. Ze spreekt enkel rwandees. Wij kunnen niet met haar praten als er geen tolkend familielid bij is. Ondanks haar eeuwige glimlach toch een beproeving voor haar en voor ons als team. Als ze me ziet lacht ze en grijpt mijn handen en armen vast en we omhelzen elkaar. Het is ondertussen een vast 'ritueel' geworden. Als je de taal helemaal niet kent, ben je echt overgeleverd aan het non-verbale, aan gebaren. Hoe vervelend ook, toch is het ook een weg om een andere taal te ontdekken. Gisteren was er een familielid dat kon tolken: 'Ze zegt dat zij geneest als de dokter haar vasthoudt (of is het omgekeerd?).' Rituelen helen.
Een beetje verder vind ik een ongeneeslijke Afrikaanse oma. Ze spreekt enkel rwandees. Wij kunnen niet met haar praten als er geen tolkend familielid bij is. Ondanks haar eeuwige glimlach toch een beproeving voor haar en voor ons als team. Als ze me ziet lacht ze en grijpt mijn handen en armen vast en we omhelzen elkaar. Het is ondertussen een vast 'ritueel' geworden. Als je de taal helemaal niet kent, ben je echt overgeleverd aan het non-verbale, aan gebaren. Hoe vervelend ook, toch is het ook een weg om een andere taal te ontdekken. Gisteren was er een familielid dat kon tolken: 'Ze zegt dat zij geneest als de dokter haar vasthoudt (of is het omgekeerd?).' Rituelen helen.
Abonneren op:
Posts (Atom)